22/11/2015


Projectleider Judith Woudt staat als we haar spreken aan de vooravond van het uitrollen van het gedachtegoed “Thuis bij Evean”. De visie van de in Guisveld te Zaandijk geïmplementeerde PG “nieuwe stijl” wordt ook uitgerold in 21 andere vestigingen.


Woudt: “Het ontbreken van een echte visie op psychogeriatrische zorg heeft er toe geleid dat we ons er meer in zijn gaan verdiepen”. Via een lezing van de in 2012 overleden Bob Verbraeck kwam Woudt in contact met het BreinCollectief, opgericht door sociaal geriater Dr. Anneke van der Plaats. “Zij hielpen ons in eerste instantie met gedachtenvorming. Zo zijn wij het land in getrokken om verschillende initiatieven te bekijken, zoals een ‘strandkamer’ in Amsterdam met hittelamp en kunstmatige wind.” Daar is het niet bij gebleven: in drie jaar tijd is er een integrale visie op de omgang met de bewoners van de PG ontwikkeld, is de renovatie van Guisveld gerealiseerd en is een van de eerste uitwerkingen van het masterplan ‘Thuis bij Evean’ een feit. Guisveld is een traditioneel gebouwd verpleeghuis uit 1998 met onder andere twee grote psychogeriatrische afdelingen. Elke afdeling kent drie units voor 15 bewoners.

Anders kijken naar vastgoed

We vragen omgevingsvormgever Sylvia de Koning naar de specifieke visie van het BreinCollectief: “In de eerste plaats kijken we naar de relatie tussen omgeving en gedrag vanuit de neurowetenschappen. Als het om de fysieke omgeving gaat, zien we vaak mogelijkheden in het bestaande vastgoed mits voldoende leef- en beweegruimte aanwezig is voor bewoners met psychogeriatrische problematiek. Bij nieuwbouw, maar ook bij renovatie blijkt dat het gebouw niet in overeenstemming is met de visie van de organisatie. Ook blijkt er, tegen de heersende opvatting in, nog voldoende aan ruimte te winnen binnen de bestaande setting. Te denken valt aan open ruimtes, ongebruikte kasten en bergruimtes, maar ook aan zuster- en verpleegposten, een inmiddels achterhaald concept”.

Wijnand Schouten, projectmanager nieuwbouw en renovatie, beaamt dat. Schouten: “We hebben heel wat vierkante meters gewonnen, het begon allemaal met het balkon waar de mensen vanwege de wind nooit op zaten. Dat balkon hebben we uitgebouwd en bij de afdeling betrokken. De aldus ontstane ruimte hebben we ‘tuinkamer’ genoemd, met name vanwege de kleuren. Deze extra kamer waar mensen naast de huiskamers ook konden vertoeven, bleek een mooie opmaat te zijn om de andere kamers aan te pakken”.

Architectuur en inrichting aanpassen aan bewoners

De Koning: “wij richten ons onder de noemer ‘omgevingszorg’ op wonen en leven met zorg. Dit omvat architectuur, bouw, inrichting van binnen– en buitenruimten, werkprocessen, dagstructuur, dagbesteding, beweging en bejegening. Van mensen met dementie of andere aandoeningen van de hogere hersenfuncties (het bovenbrein) is onder meer de filterfunctie verstoord waardoor de omgeving vaak een grote stressfactor is voor het meer intuïtieve onderbrein, dat gebaseerd is op emotie en reflexen. Met als resultaat teveel, of juist te weinig prikkels , onvermogen te duiden waar je bent, angst, verveling en onrust. Akoestiek is ook daarom zeer belangrijk: gebruik behang, zorg voor dempende vloeren, hang zware fluwelen gordijnen op en zorg voor geschikte gestoffeerde meubels. Daarnaast is het van groot belang dat er een overzichtelijke indeling is van de ruimtes waarin alle overbodige prikkels verwijderd zijn en waarin alles een duidelijke functie heeft”.

Woudt: “Zo hebben de huiskamers gordijnen om rust te creëren en de drie slaapunits per afdeling hebben een rustgevende, maar voor bewoners herkenbare kleur”. De Koning vervolgt: “In verpleeghuizen zijn huiskamers vaak vlees nog vis, alles staat door elkaar. Wij brengen daar ordening in aan en scheiden functies zoals eten en ontspannen van elkaar”. En omdat hersenen ’s ochtends meer licht nodig hebben, is de eethoek geplaatst bij het raam. Het ontspannen kan ergens anders. Woudt: “Eerst hadden wij geen fauteuils.. Nu we een hoge én lage zit hebben is er ook meer natuurlijke beweging van hoog naar laag en omgekeerd”. “Een gevarieerd aanbod gericht op beleven en bewegen is zo belangrijk” beaamt De Koning . Ontspannen kan eveneens in de tuinkamer, die ontstaan is door een onduidelijke en donkere ruimte te combineren met een gedeelte van de hal en het balkon. Met biodynamische verlichting, kleur en intensiteit van het licht verandert mee met de dag, kan het normale dag- nachtritme ondersteund worden.

Rust, meer ruimte en prikkels naar behoefte

Schouten: “Als proef is de entreedeur geblindeerd en voorzien van een afbeelding van een boekenkast. Ook is er een paneel gemaakt, 5 meter van de deur, dat het uitzicht vanuit de gang op de deur verdoezelt, om onrust te voorkomen”. Woudt: “Op de plek tussen paneel en deur zijn extra zitjes geplaatst waar mensen gaan zitten zonder dat ze bezig zijn met de deur. Deze ruimte maakt nu onderdeel uit van wat wij ‘het buiten’ noemen, voor elk wat wils, met meer of minder prikkels”. “Dat zijn plekken waar je vanuit intuïtie en voorkeur zelf naar toe kunt gaan, dat is zeer belangrijk”, legt De Koning uit, “ want verveling is een groot probleem, vaak gaan mensen dolen door het gebouw, of als zij niet meer zo mobiel zijn, roepen of tikken. Al is de filterfunctie van de hogere hersenfuncties verstoord, de behoefte aan afwisselende prikkels blijft. Het brein kan niet zonder prikkels. Om in deze behoefte aan prikkels te voorzien zijn overal zogenaamde beleef- of verleidingsplekken gecreëerd waar je iets kunt doen of bekijken, zelfs een bioscoop“. Inderdaad komen we op de gangen allerlei plekken tegen, de bioscoop, huiskamernisjes om te zitten bij de kachel, met een radio, of een beeldscherm met foto’s uit de Zaanstreek, een boshoekje, een keukentje, maar ook een strandhoekje en een babyhoekje beiden gemaakt door medewerkers. In het algemeen ademt het de sfeer van (vroeger) thuis, “een bewuste keuze” zegt Woudt, “iedereen herkent dat”. Op alle plekken kun je ook met spullen aan de gang, die onvermijdelijk een zwervend bestaan gaan leiden. “Dat is niet erg” zegt Woudt, “alle afleiding is winst voor de bewoner zelf en diens omgeving, zo komt er rust”.

Bewoner én facilitair management in de regie

Het mooie van het proces is geweest dat echt iedereen, van familielid tot MT, aan de basis heeft gestaan van de verandering die daarmee gedragen wordt door alle betrokkenen. Woudt: “We gaan in de vestigingen beginnen met ‘uitvraagsessies’, te beginnen met het MT. We pogen voor 80% aansluiting te vinden bij de visie ‘Thuis bij Evean’, maar 20% blijft ‘ couleur locale’ van desbetreffende vestiging. In het tweede deel zitten we met bewoners, medewerkers en familieleden om de tafel om nog meer ideeën en draagvlak voor de visie te creëren.   Uniek is dat dit een organisch bottom-up proces is dat door en voor de betrokkenen wordt ontwikkeld. “ In de visie van Woudt heeft niet alleen de bewoner de regie, maar is er tevens een grote rol weggelegd voor facilitair management. ‘Thuis bij Evean’ sluit aan bij het plan ‘Waardigheid en Trots’ van staatssecretaris Martin Van Rijn, maar dat vraagt van onze organisatie een kanteling met meer focus op leefplezier van onze bewoners. Woudt: “eten moet bijvoorbeeld het hoogtepunt van de dag zijn, en facilitair is veel beter in het ontwikkelen van voedingsconcepten. Bijvoorbeeld zorgen dat er keuze is in maaltijden en in tijdstip. Nu hebben we al dagen dat bewoners, die dat nog zelf kunnen, boodschappen gaan doen en maaltijden gaan bereiden. Maar ook vervoer naar activiteiten is zo’n logistieke uitdaging. Beleving en welbevinden staan bij ons hoog in het vaandel. We hebben nu luchtverfrissers hangen, dat is al fijner, maar we denken aan een circulatiesysteem waarbij je dus ook de lucht van versgebakken broodjes kunt verspreiden”.

Nog steeds ‘werk in uitvoering’ in Guisveld

Schouten: “De centrale hal, het restaurant en het bruin café moeten nog aangepakt worden. Daarnaast zijn we bezig met nieuwe domotica: met name het oproepsysteem is verouderd en dat moet wel goed werken omdat je regelmatig met elkaar moet afstemmen en gezien de loopafstanden kan dat sneller op afstand. Maar we denken ook aan een bewonervolgsysteem met chips in de kleding zodat de bewoners meer ruimte krijgen om zich vrij te bewegen, in de centrale hal bijvoorbeeld, maar niet geheel uit het zicht kunnen raken”.

Nu de fysieke omgeving is aangepast is er volop aandacht voor de tweede stap in de visie van het BreinCollectief: het aanpassen van de werkprocessen. Woudt: “Momenteel worden de werknemers getraind door Ietje Luiken om niet meer als expert, maar steeds meer als coach van de bewoners op te treden. Dit vraagt van de werknemers veel eigen initiatief: wat vind je zelf dat er anders kan of moet? Maar het draait allemaal om waar de bewoner behoefte aan heeft”. Werkkleding is afgeschaft, werknemers zitten tussen de mensen in een rol die De Koning als “soort ‘oudste’ van het gezin” bestempelt. Woudt: “We horen van familieleden, die ook vaker over de vloer komen, dat het veel rustiger en gezelliger geworden is, met minder gegil. Woudt is met haar collega nog tot de zomer van 2016 bezig om dit werkende principe uit te rollen naar de andere 21 vestigingen. Met als doel de bewoners zich steeds meer ‘Thuis bij Evean’ te laten voelen.

Dit artikel is eerder verschenen in editie 5/2015 van FMT Gezondheidszorg
Tekst: Wim Wijdenes
Foto’s: Cees Wijdenes