Mens… erger je niet!

In de ruimte van de dagbesteding zitten aan het ene eind van de tafel twee dames hartstochtelijk  ‘Mens… erger je niet‘ te spelen. Ze kennen het van vroeger. Dat maakt het haalbaar, zolang wij een oogje in het zeil houden. Voor de ene dame is het de enige activiteit die zij nog kan. Ze woont alleen en thuis kan ze nog minder dan bij ons… Alleen thuis zijn is voor haar en haar omgeving levensgevaarlijk aan het worden.

De andere dame is zo goedmoedig om mee te doen, zolang ze maar tussen door koffie van ons krijgt.
 
Aan het andere eind van de tafel zit ik met de rest van de groep. Wij pogen de krant te lezen. Pogen, want de dames die aan het mens erger je nietten zijn, doen alles erg hardop. ‘Zes! Eén, twee…’ ‘Nou ben jij!’ ‘Nee, ik ben net geweest.’ ‘Gooi dan!’ Natuurlijk vraag ik of het zachter kan. Maar nee, dat ‘kan’ niet. Niet omdat ze slechthorend zijn, maar omdat ze niet meer inzien waarom ze rekening zouden moeten houden met ons. Je eraan ergeren helpt niet.
 
Ondertussen lees ik voor over bezuinigingen op de zorg voor kinderen, voor ouderen, sluiting van verpleeghuizen, van dagbestedingscentra…  Ze vinden het erg, maar leggen geen verband met  hun eigen situatie en ik houd wijselijk mijn mond over dat aspect van het artikel.
 
De krant voorlezen is een manier om bij de tijd te blijven, een vertrouwde bezigheid en een manier om in gesprek te komen. We blikken terug op vroeger: het straatje schoon vegen van de buurvrouw en het pannetje soep voor de zieke buurman… Een manier van zorgen die zij allemaal kennen en waarop ze binnenkort misschien weer aangewezen zijn!
Alleen zijn zij zelf nu de zieke mensen. Veel zieker dan de buren voor wie ze ooit zelf zorgden. Het gaat niet meer om mensen met griep of een verzwikte enkel, maar om mensen wier functioneren volledig is aangetast… En: het gaat nooit meer over. Na de krant is het tijd om te eten. Zij eten gezamenlijk in het restaurant met ons op de achtergrond om bij te springen. Want lang niet iedereen kan nog zelf een boterham smeren. Sommigen mensen eten helemaal niet, als wij ze niet helpen. En die ene meneer drinkt anders alleen maar drie glazen karnemelk.
 
Na het eten even onbekommerd sjoelen. Niet iedereen heeft voldoende kracht in zijn handen. Geld voor een aangepaste sjoelbak moet nog gevonden worden. Maar wie niet sjoelt, ‘helpt’ bij het tellen. Wie niet telt, helpt schijven stapelen. Sjoelen wordt daarmee een zeer sociale bezigheid, mits in banen geleid door professionals die weten hoe ze bijna iedereen kunnen laten meedoen. Op de achtergrond zit een dame in haar eentje rustig een puzzeltje te leggen. Een heer kijkt toe. Dat is zijn bezigheid. Ik probeer overal ogen en oren te hebben. Lukt het nog wel met die puzzel? Loopt die dame niet naar buiten? Oh, meneer moet zijn ogen nog druppelen. De wc? ‘Ik loop wel even met u mee’. ‘Ja, u bent aan de beurt’. ‘Oh, de telefoon’.
 
Over een week een spoedoverleg. Bezuinigingen! Ik houd mijn hart vast. Wie speelt er straks nog een onschuldig spelletje met deze mensen? Gewoon ganzenborden, sjoelen, samen een puzzeltje maken, een kaartje leggen, bingo, herinneringen ophalen aan de pannetjes soep van vroeger…
 
Met deze mensen wordt een wreed spel gespeeld: ze worden verzet als pionnetjes. Terug naar huis. De buurvrouw helpt wel, zoonlief komt wel langs… Alleen de buurvrouw is ook stokoud, zoonlief woont aan de andere kant van het land. De dochter van de buurvrouw dan? Nee, zij heeft geen kinderen.
 
Mens…erger je niet! Zelden had een spel zo’n passende naam. Je ergeren helpt namelijk niet. Anders stemmen, protesteren, creatief zijn en positief blijven misschien wel.
 
Desirée van Keulen
 
activiteitenbegeleider, spelontwerpster, blogger

  Desirée van Keulen         Reacties (5)

Reacties (5)

Geen reacties gevonden.

Meer reacties