Ik ben bokser geweest! Opeens staat hij met gebalde vuist voor me. Recht voor mijn gezicht, schudt hij zijn vuist. Hij zegt: ‘Ik ben bokser geweest!’ Hij waarschuwt me, op een dreigende manier. Mijn innerlijke knipperlicht springt op oranje. De situatie moet niet (verder) escaleren. Het flitst door me heen dat het best eens waar zou kunnen zijn: dat hij bokser is geweest of dat hij ooit heeft gebokst. Hij is een kleine, wat gedrongen man. Ook weet ik dat hij wel eens echt heeft gestompt. Hij bedreigt mij omdat hij zich bedreigd voelt, omdat er iets is wat hij niet heeft begrepen, wat hem misschien wel angstig heeft gemaakt. Maar wat?

Bij mensen met gevorderde dementie is het ‘bovenbrein’, waar impulsen zoals boos worden en slaan worden beheerst, beschadigd. Het ‘onderbrein’ waar de emoties zitten is wel in tact. Dus komen de emoties ‘pats’ naar buiten. Wij mensen hebben, als we ons bedreigd voelen, op basaal niveau twee emoties met bijpassende reacties: boos zijn en vechten of bang zijn en vluchten. Dat is maar goed ook, want dat helpt ons in een crisis om te overleven! Weten wat er in de hersenen van mensen met zware dementie gebeurt, helpt ons hen te begrijpen en op een manier te reageren die escalatie voorkomt. Workshops, trainingen en lezingen daarvoor zijn dan ook erg zinvol. Zowel voor verzorgenden en vrijwilligers als mantelzorgers.

Ze loopt en loopt en loopt

Verveelt u zich wel eens? Vermoedelijk niet. Maar u heeft vast wel eens geen zin om dat te gaan doen wat ‘moet’. En wat doet u in zo’n geval? U haalt u zelf over en doet toch wat er moest of… u past uw planning aan en verzint iets waar u wel zin in heeft en dan gaat u dat doen.

Maar bij mensen met een forse dementie functioneert dat anders…

Ik zie haar zo weer voor me: ze is klein van stuk, heeft een starende blik en loopt rondjes. Gelukkig heeft dit verpleeghuis ‘wandelgangen’. Zoveel rondjes dat de verleiding groot is te denken dat ze daarom zo klein is. Wel ligt op haar rollator een opgerold knuffelpoesje. Het ziet er gezellig uit, maar ze reageert er niet meer op. Als hij bewoog en mauwde, dan misschien nog wel. Vermoedelijk ‘verveelt’ deze dame zich, ervaart ze een leegte. Maar door de beschadiging van haar bovenbrein, waar u en ik plannen maken, sturen haar hersenen haar alleen maar op pad op zoek naar ‘iets’. Iets dat haar aandacht trekt, dat haar leegte zal vullen. En nu maar hopen dat ze dat ‘iets’ tegen komt.

Aan die leegte kunnen u en ik iets doen. Wij moeten ervoor zorgen dat er iets te beleven valt, iets dat zo interessant is dat het de aandacht trekt en mensen met dementie verleidt daar op af te stappen. Alles beter dan eindeloos rondjes lopen of gaan roepen, tikken of ander gedrag vertonen dat hun omgeving als zeer hinderlijk ervaart en voor henzelf erg vermoeiend kan zijn.

Een van de mogelijkheden is zorgen voor zogenaamde ‘beleefplekken’. Plekken waar iets te beleven valt voor mensen met dementie dat voor hen aangenaam is. Wat hen stimuleert maar niet ‘hyper’ maakt of angstig. Dus niet het journaal met een hoop niet te begrijpen narigheid  maar bijvoorbeeld een rustig hoekje met een wiegje en een pop en babygeluidjes. Een pop? Ja. Het is soms even wennen, voor ons, maar voor mensen met dementie lijkt die pop verdraaid echt of helemaal echt.

En dat in een omgeving die deze mensen vertrouwd voorkomt. Een stoel waarvan je ziet dat het een stoel is, in een huiskamer met bloemetjesbehang en velours gordijnen. Een wc die eruit ziet als een wc (van vroeger) zodat je weet dat je daar moet zijn, als je nodig moet… Wat een opluchting!

Wat een opluchting als onze dierbaren met dementie zich minder bedreigd voelen en wij hen kunnen helpen.

Desirée van Keulen
(verhalenverteller en spelontwikkelaar)

  Desire van Keulen     25-10-2017 12:49     Reacties ( 0 )

Reacties (0)

Geen reacties gevonden.