'Jullie!'

Hij loopt door de gangen van het verpleeghuis. Op de een of andere manier pik ik op dat er iets met hem aan de hand is. Misschien door het hoge tempo? Door de ‘schijnbare’ doelgerichtheid? Ik groet hem en loop met hem op… Ik weet dat hij niet meer kan praten, dus wat nu? ‘Hoe is het met u?’ Stilte… Ik wacht het maar even af. Opeens perst hij er een aantal klanken uit. Het klinkt dringend. Dan slaat hij met zijn vuist door de lucht alsof hij op tafel slaat en zegt: ‘Jullie!’
En dan weet ik het wel… Dat wil zeggen, ik weet een ding: hij is boos, woedend op ‘ons’.  ‘U bent boos, hè?’ Hij lijkt zich even begrepen te voelen. Maar meer kan ik niet voor hem doen; en hij niet voor mij.
 
Gevoelens zijn normaal. Laten we dat niet uit het oog verliezen. Ook voor mensen met dementie: blijdschap, bedroefdheid maar ook boosheid en bang zijn. Het grote verschil tussen mensen met gezonde hersenen en mensen met zieke hersenen zoals mensen met dementie is dat zij zo machteloos zijn als het om heftige, nare gevoelens gaat.
 
Hoe dat zit wordt helder uitgelegd in het boek van Anneke van der Plaats en Gerke de Boer ‘Het demente brein. Omgaan met probleemgedrag’. Mensen met dementie kunnen zich door de beschadigingen in hun hersenen niet meer herinneren waarom ze boos zijn en vaak door beschadiging van hun taal niet meer uitleggen wat er aan de hand is. Bovendien kunnen ze steeds minder goed plannen maken, redeneren en keuzes maken. Iemand met dementie die boos is, kan niet denken: ‘Hij bedoelde het waarschijnlijk niet zo, misschien heb ik hem verkeerd begrepen.’ Of:’Ik ga naar haar toe om het uit te praten…’ En wat doe je dan met je woede?
 
Daarom is het zaak dat de mensen om hen heen helpen voorkomen dat ze agressief verdrag vertonen om uiting te geven aan die machteloze woede die ze kunnen voelen.
 
Het is aan ons om er voor te zorgen dat hun fysieke omgeving stimulerend is. Er moet genoeg te doen en te beleven zijn: niet te veel dus én niet te weinig. Plekjes in het huis waar je naar een muziekje kunt luisteren, een pop op schoot kan nemen, een ‘bioscoopje kan pikken’, een fotoboek door kan bladeren of in een lekkere schommelstoel een dutje kan doen.
 
De woonkamer, de slaapkamer en zelfs het toilet en de douche moeten ruimtes zijn die ze begrijpen. Je zult maar nodig moeten, naar de wc gebracht worden en dan in een ruimte terecht komen waar jij niet van snapt dat dit het toilet is! En dat zijn zaken die wij kunnen leren!
 
Wat ook aan ons is, is ons zo te gedragen en ons werk zo te doen, dat we agressie voorkomen. Ook dat kunnen we leren. Bovendien hoeven we die agressie dan ook niet te genezen!       
                                                                                                                
Desirée van Keulen: verteller, schrijfster, spelontwerpster

  Desirée van Keulen         Reacties (3)

Reacties (3)

Geen reacties gevonden.

Meer reacties