Handige tips voor na het ontwaken

Voor jezelf zorgen is het aller moeilijkste wat er is

Hersenkundig zijn de zogenaamde ‘Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen’ (ADL) het aller moeilijkste wat er is, helemaal voor mensen met dementie. ‘ADL’ zijn de dagelijks terugkerende ‘basisverrichtingen’ die je moet kunnen uitvoeren om zelfstandig te kunnen leven. Denk aan in en uit bed komen, aan- en uitkleden, jezelf wassen, je haar doen, in een stoel gaan zitten en weer opstaan, eten, drinken, medicijnen innemen, bewegen en lopen, praten, horen, naar het toilet gaan, ontspannen, zinvolle activiteiten (zoals hobby’s en sport), sociale contacten onderhouden, seks, autorijden en je lichaamswarmte regelen (verwarming hoger en lager kunnen zetten, je verkleden).

Zelfzorgactiviteiten zijn heel lastig en complex om uit te voeren. Er zit een bepaalde volgorde in de handelingen die je moet verrichten. Het leven wordt bijzonder problematisch als je de volgorde van die handelingen niet meer goed weet.

Voor wie mijn hersenkundige model kent: het voor jezelf zorgen wordt uitgevoerd door Hersenlaag 4. Dit is het gedeelte van het 'denkende brein' dat de meest ingewikkelde activiteiten aanstuurt. Wie gezonde hersenen heeft staat er misschien niet zo snel bij stil, maar voor mensen met dementie die een beschadiging in dit gedeelte van de hersenen hebben, kunnen deze verrichtingen een dagelijks terugkerende strubbeling zijn. Zij raken in een isolement omdat ze niet (meer) in staat zijn goed voor zichzelf te zorgen, laat staan hun levenskwaliteit te verhogen. Eenvoudige activiteiten kunnen zelfs zo moeilijk worden dat mensen ze soms maar helemaal niet meer doen. Zij gaan zichzelf verwaarlozen.

Het allerlastigste is om iemand met dementie te laten beginnen met een handeling. Het vermogen om zelf iets te initiëren neemt steeds meer af. Het bedenken wat je gaat doen en het starten van een beweging zit ook in ‘Hersenlaag 4’. Jezelf ergens toe zetten wordt steeds moeilijker wanneer je niet snapt waar je bent of niet weet wat de bedoeling is. De kans is groot dat je er geen zin in hebt en er huizenhoog tegenop ziet.  

Wanneer we er niet bij stilstaan hoe lastig die activiteiten worden en toch verwachten dat iemand alles zelf doet, wanneer we ongeduldig worden, of wanneer we niet beseffen bij hoe bedreigend wij overkomen bij het verzorgen van iemand die volledig afhankelijk van ons is, dan kan dat een belangrijke oorzaak zijn van agressie, schoppen, slaan en bijten.

Opsta-ritueel

Iemand stimuleren om ’s ochtends uit bed te komen kan de allereerste uitdaging zijn. Voor je er erg in hebt maken wij het ontwaken zo beangstigend, stressvol en lastig dat daarmee de toon voor de rest van de dag wordt gezet...

Het is het beste om iemand te verleiden om op te staan. Kom niet te enthousiast de kamer binnenstormen met “Goede morgen!” en dan meteen de gordijnen opengooien. En doe ook niet meteen het neonlicht aan. Ga zachtjes in het donker naar iemand toe. Dan schudt je heel voorzichtig, en fluister je “Joehoe, ben je al wakker?”. Daarna heel langzaam de gordijnen open doen. Of gebruik een ‘Daglicht wekker’ met natuurgeluiden, zodat iemand heel langzaam en ontspannen wakker kan worden.

Maak het opstaan aantrekkelijk met een uitnodigend ritueel dat verleidt. Wat je bijvoorbeeld kunt doen is een trucje dat ik vaak toepaste. Ga met een kopje koffie gezellig op bed zitten. Roer demonstratief met je lepeltje, neem een slokje en zeg “Mmmm, lekker, koffie”. Laat de koffie ruiken en vraag dan “Wilt u ook kopje koffie? Dan gaan we samen dáár koffie drinken”. Dat kopje koffie heb je al in de kamer op tafel gezet. Help de persoon uit bed en drink samen een kopje. Sommige mensen komen direct uit bed als je het opsta-liedje van vroeger ‘Word wakker, het zonnetje is al op’ zingt.

Zorg altijd voor een ‘eigen’ opsta- en was-ritueel dat verleidt. Vraag aan de familie wat mensen gewend zijn te doen. Wat waren de gewoonten vroeger?  Op welke tijd staat iemand het liefst op? Pas daar je planning op aan.

Was-ritueel

Gewassen worden kan heel beangstigend zijn voor mensen met dementie. Kijk per persoon wat je kunt doen om het gevoel van bedreiging dat wordt ervaren weg te nemen. Als mensen zichzelf kunnen en willen verzorgen, help hen daarbij. Wanneer zij de volgorde van de handelingen niet meer snappen, doe het dan al doende voor. Maar wat doe je als iemand dat zelf niet meer wil of kan?


Op bed

Voor degene die verzorgt is op bed wassen vaak het gemakkelijkst. Echter, wanneer je het niet goed aanpakt kan dat voor een persoon met dementie doodeng zijn. Stel je voor dat je helemaal plat op bed ligt. Er staat iemand over je heen, die knoopt je pyjamajasje los, begint je in één keer volledig uit te kleden. Er zit een onbekend iemand aan je lichaam. Mensen – ook mannen - kunnen de indruk krijgen dat ze worden aangerand. Op een plek waar meerdere oudere dames werkten hebben we samen van alles uitgeprobeerd en uitgevonden hoe je iemand zo kan wassen dat het niet als bedreigend en oncomfortabel overkomt.

Het is heel belangrijk om de ruggensteun omhoog te zetten zodat iemand half zit en zijn/haar lichaam volledig kan overzien. Vervolgens was je iemand beetje bij beetje. Tik een paar keer op de borst, zodat hij/zij voelt waar je bezig bent. Dan zeg je “we gaan hier beginnen met wassen”. Dan pas doe je het pyjamajasje uit. Je wast de borst. Daarna knijp je in de arm voordat je die begint te wassen en zegt “Nu ga ik u hier wassen”. Je droogt het bovenlichaam af. Doet het pyjamajasje weer aan. En wast dan pas het volgende deel. Ook daar tik je op of knijp je een beetje in voordat je begint en zegt “nu ga ik u hier wassen” omdat iemand soms totaal niet meer begrijpt waar je mee bezig bent. Het gezicht was je het laatste.

Wat ook goed kan werken is iemand een pop geven of samen liedjes zingen tijdens het wassen.


Aan de wastafel

Of laat iemand aan de wastafel staan. Veel mensen zijn dat als kind gewend geweest. Wanneer je staat kan je het hele lichaam overzien en de persoon die jou verzorgt is even groot als jij. Die hangt niet als heks boven je terwijl je bed ligt. Ook nu moet je het stukje voor stukje doen. Nooit bij het gezicht beginnen. Want mensen vinden dat heel vervelend. Dat doe je het laatst. Je begint met het pyjamajasje uit te trekken. Dan doe je dat stuk. Doe daarna een bh of hemd aan. En dan was je het onderstuk. Dat gaat meestal heel goed.

Tussen de billen in schoonmaken kan wel beangstigend zijn. Dat heet ‘dreigingsperceptie’. Dat is vaak als je in schaamstreek of bilstreek komt. Dat geldt ook voor de mond. Meestal werkt het goed om iemand ingezeept washandje te geven, en het zelf te laten doen. Dan doe je het voor. Daarna ga je samen het washandje uitspoelen. En dan afzepen. Nadat een lichaamsdeel gewassen bij voorkeur meteen een kledingstuk aandoen.


Onder de douche

Douchen kan heel onplezierig zijn. Vaak worden mensen met hun hoofd onder de straal van de douchekop gezet. Ze vinden dat verschrikkelijk. Weet jij nog van jezelf hoe vreselijk je dat als kind vond, al dat water over je ogen, je neus en je mond? Helemaal als je haren ook nog eens worden gewassen met zeep.

In Curaçao heb ik daar wat op gevonden. Daar heb ik gezien dat mensen met dementie zichzelf douchen en zelf de douchekop vasthouden. Dat vinden ze het prettigst. Je kunt het voordoen. Daar was ik nog niet op gekomen. Het gezicht wassen ze later zelf met een nat washandje. Op een stoel douchen is ook een goed idee. Dan begin je bij de voeten. En ga je met de douchekop langzaam naar boven.

Dus vooral niet beginnen met de straal op het hoofd. Voor het wassen van haren kan je ‘kappers-bak’ gebruiken. Bij de kapper zijn mensen absoluut niet bang voor haren wassen. Omdat de kapper ervoor zorgt dat het water niet in je ogen loopt. En de omgeving is ook heel plezierig en aangenaam. Ga dan maar vaker naar de kapper. Of organiseer zelf een stoel met een bak erachter waarin iemand met zijn/haar hoofd achterover kan liggen. En teveel haar wassen is ook helemaal niet nodig.

In Curaçao kreeg ik nog een ander inzicht: in Nederland is iedereen bang voor water, want bij ons is het water altijd koud wanneer de kraan wordt aangezet. In Curaçao heb je nooit te koud water. Zij zijn gewend dat water lauw is. Als kind moest ik van mijn vader vroeger heel koud douchen. Vreselijk was dat. Er was ook geen warm water: “Daar word je goed en fief van!” Mijn zussen doen het nog steeds.

Laat daarom het water uit de kraan van te voren lekker warm worden. Eerst lekker afspoelen. Dan zeep en washandje geven. Dan geef je de douchekop weer, afspoelen en daarna snel de handdoek om iemand heen slaan.


Tanden poetsen

Wanneer je een kindertandenborstel met zachte haren geeft, dan kan je mensen wel overhalen om zelf te poetsen. Je zegt “Deze heeft zachte haren” en doet het voor. “Probeer het zelf ook maar, het doet geen pijn”. De beweging die je moet maken onthouden mensen vaak nog wel.

De sfeer in de badkamer

Badkamers in verpleeghuizen zijn vaak verschrikkelijk ingericht, zonder sfeer. Vroeger had je niet van die steriele, witte badkamers. Voor mensen met dementie kan zo’n ruimte heel beangstigend zijn. Ik was een keer in een antroposofisch verpleeghuis. De badkamer was daar van boven tot onder betegeld met roze tegels. Dat geeft een geborgen sfeer, net als de kleur van de baarmoeder aan de binnenkant. “Niemand is bang in deze badkamer” zei iemand tegen mij. Een idee kan zijn om de tegels en muren roze te verven. Soms lukt het ook met roze/oranje licht.

Vrijwel iedereen is gewend aan een douchegordijn om zich heen. Toch sta je in het verpleeghuis in de badkamer vaak onbeschermd in je nakie. Hang rond de douche aan het plafond twee roze douchegordijnen op die je afzonderlijk van elkaar open en dicht kunt schuiven. Zodat iemand lekker beschermd onder de douche kan staan.
 
Ik wens iedereen een hele plezierige en ontspannen start van de dag toe!

dr. Anneke van der Plaats
 
Zij is sociaal geriater en co-auteur van:
De wondere wereld van dementie
Het demente brein. Omgaan met probleemgedrag
Meer kwaliteit van leven. Integratieve persoonsgerichte dementiezorg
De dag door met dementie

    28-01-2017 00:00