‘Wilt u blauw of groen?’ ‘Ja!’

Met dat ik het antwoord krijg, denk ik: ‘Stomme vraag!’

Een groepje ouderen met dementie is lid van de vereniging ‘Gouden handen’. Onder intensieve begeleiding van 3 activiteitenbegeleiders doen 10-12 ouderen mee aan creatieve activiteiten. Dit keer worden er kledingstukken gekleurd, uitgeknipt en door de begeleiders met piepkleine knijpertjes opgehangen aan een mini-waslijn.

Een van de vaste deelneemsters heeft moeite met het kiezen van een kleur voor het truitje dat straks aan de waslijn te drogen zal hangen. ‘Wilt u groen of blauw?’, vraag ik om haar op weg te helpen. ‘Ja’, zegt ze. ‘Stomme vraag’, denk ik bij mezelf. Dit soort vragen zijn ingewikkeld voor ouderen met dementie’ en eigenlijk weet ik dat wel, maar ik vergeet het soms. Dus vraag ik met het blauwe kleurpotlood in de hand: ‘Wilt u blauw?’ ‘Ja’. ‘Wilt u groen?’, vraag ik gelijk daarna met het groene potlood in mijnhand, in de hoop dat de dame bewust kiest. ‘Ja’, zegt ze. ‘Okay’, denk ik, ‘wat nu?’ Ik probeer het nog een keer, met hetzelfde resultaat. En dan hoor ik het ineens. Deze dame heeft twee ‘ja’s’ . Het ene ‘ja’ betekent ‘ja’, het andere ‘ja’ betekent ‘nee’. Het enthousiaste, lange ‘ja’ betekent ‘Ja, ik wil groen!’, het korte, toonloze ‘ja’ betekent ‘Nee, ik wil geen blauw.

Afasie, het niet goed meer kunnen spreken en / of begrijpen van taal, is een veel voorkomend probleem bij ouderen met dementie. Het varieert van af en toe een enkel woord niet kunnen vinden of begrijpen tot machteloos moeten communiceren met lichaamstaal en emoties en een enkele klank. Ook geheel onverstaanbaar enthousiast gepraat komt trouwens voor!

‘Rust roest’, zegt een Nederlands gezegde. Dat geldt ook in deze situatie. Blijven praten dus; blijven (voor)lezen; blijven communiceren, communiceren op maat: korte zinnen, met handen en voeten, voorwerpen en afbeeldingen. En voor de mensen om deze ouderen heen: heel goed luisteren, kijken en rustig herhalen. De aanhouder wint…

Het stimuleren van het gebruiken van taal, kan op tal van manieren. Een gesprek bij het ontbijt: ‘Heeft u goed geslapen?’ ‘Heeft u zin in een kopje thee?’ Een logopedist kan met gemotiveerde mensen systematisch oefenen met behulp van een afasiekoffer. Activiteitenbegeleiders kunnen gezellig herinneringen ophalen aan de hand van themaplaten: goed voor het geheugen en ongemerkt bezig zijn met taal. Met mensen die van spelletjes houden, kan een vrijwilliger taaldomino spelen: dat is lezen en spreken tegelijkertijd. Ouderen zijn steengoed in spreekwoorden: vraag hen er maar naar! Lekker luisteren naar een verhaal over vroeger en dan erover napraten. Praten over de lente aan de hand van een prentenboek, luisteren naar een sprekend fotoboek en natuurlijk de liedjes van weleer zingen…

En dan ter afwisseling een kopje koffie of thee. Maar vraag dus niet: ‘Wilt u koffie of thee?’, want dat loopt u de kans dat het antwoord ‘Ja’ is en u nog steeds niet weet wat meneer Frederiksen wil drinken….

Desirée van Keulen
Verhalenverteller, spelontwerper, schrijfster

  Desirée van Keulen         Reacties (4)

Reacties (4)

Geen reacties gevonden.

Meer reacties