‘k Moet dwalen, ‘k moet dwalen…

Er borrelt een liedje op uit mijn herinneringen: in Nederland geboren en getogen, heb ik er heel wat meegekregen. Associatief komt er een toepasselijk deuntje boven drijven uit mijn jeugd. Alleen al het woord ‘dwalen’ is genoeg. ‘k Moet dwalen, ‘k moet dwalen, langs bergen en langs dalen…
 
Ze loopt en loopt en loopt. Op weg naar…? Ze is een kleine vrouw die met haar rollator door de gangen van het verpleeghuis doolt. Op het zitplankje van haar rollator ligt een knuffelpoes. Maar zij knuffelt er niet (meer?) mee. Ze kijkt ook niet naar de foto’s uit Indonesië die de muren verfraaien. Ze loopt. Ze kijkt niet op als ik naast haar kom lopen. Wat kan ik haar nog bieden? Ik loop mee en zing zachtjes een liedje voor haar… In de hoop dat zij daar iets aan heeft. Maar ik kan het niet aan haar zien. Misschien bestaat de gewoonte al te lang?
 
De vraag is of dat echt ‘moet’, dat eindeloze dwalen. Veel mensen die dementeren ervaren onrust. Die onrust kan van binnenuit komen, maar ook uit hun omgeving. Het lastige voor deze mensen is dat zij zelf niet iets kunnen ondernemen om hun onrust op te lossen. Als u en ik signaleren dat we onrustig zijn, kunnen we een plan maken: “Hé, wat ben ik toch onrustig! Maar ja, het is hier ook zo druk. Weet je wat? Ik trek me even terug in een hoekje met een boekje of nee, ik ga een blokje om en dan wip ik even het restaurant binnen voor een kopje koffie”. En dan gaan we op pad.
 
Ouderen wier hersenen beschadigd zijn geraakt door een ziekte die dementeren tot gevolg heeft, zijn afhankelijk geworden van de mensen in hun omgeving en van de fysieke omgeving zelf. Wie onrust ervaart, heeft of teveel gedoe in zijn omgeving, wordt onrustig en kan gaan dwalen; of ervaart te weinig stimulans en gaat onbewust op zoek naar meer. En dan maar hopen dat je wat tegen komt…
 
Een verpleeghuis of zorgcentrum kan er van alles aan doen om zowel voor een rustige omgeving als voor een stimulerende omgeving te zorgen. Een bioscoopje waar aldoor een vriendelijke natuurfilm draait; een hoekje voor de heren, met fauteuil en spelende radio; een kinderkamer compleet met lieve babygeluiden. Wie dwaalt, zou zomaar eens iets daarvan kunnen oppikken en daar geboeid door raken. Of iemand brengt er je heen. Of de fysio helpt je op de hometrainer met beeldscherm en zet een fietstocht voor je aan door je geliefde provincie. Je beweegt, je bent uit, je geniet!
 
Of je komt onderweg langs een deur die je doet denken aan je ouderlijk huis, je voelt aan de deur, je stapt er naar binnen, en hé, daar zie je een autootje staan. Even rijden, net als vroeger.
 
Dat wens je toch iedereen! Dat je je thuis voelt, ook als je elders bent en vooral als je ziek bent.
 
Er is van alles; meer of minder flexibel. De oplossingen die op maat te maken zijn, zijn het gunstigst. Maar veel oplossingen zijn nog erg ‘Nederlands’. Nu we zoveel medelanders hebben en er nog steeds bij krijgen, wil je niet alleen maatwerk als het gaat om hoeveel stimulans iemand nodig heeft, maar ook maatwerk als het gaat om welke stimulans. Je wilt niet ‘een plaatje’ aan de muur, maar beelden die van betekenis zijn voor iemand. Op zijn minst op de eigen kamer. Niet alleen de keuze uit: fietsen of lopen, een herenhoek of een dameshoek maar ook kunnen kiezen uit ‘bergen of dalen’. Mocht het ooit nodig zijn, dan wil ik voor mijn moeder een Hollandse havenstad met de lucht van pekel en zout en voor mijn vader een Indisch dorp met de lucht van kroepoek en kretèk.
Dan hoeven ze misschien niet of in elk geval minder te (ver)dwalen.
 
Desirée van Keulen
(publicist, spelontwerper, verteller)

  Desirée van Keulen         Reacties (4)

Reacties (4)

Geen reacties gevonden.

Meer reacties