18/01/2015
Een moeilijk probleem: voortdurend lopen en dwalen. Bij dementie kunnen mensen niet meer denken. Dat betekent dat zij zich zelf niet bezig kunnen houden. Bovendien kunnen zij niet tegen de stilte. In deze situatie gaan zij zoeken naar prikkels. Zij gaan lopen. Thuis gaan zij dan spullen overhoop halen of verplaatsen en het liefst lopen zij de straat op omdat daar wat te beleven valt. In een instelling gaan zij in de gangen lopen maar daar zijn geen prikkels te vinden en het is er meestal stil. Dit is een reden om maar steeds door te lopen. 
De inspectie beveelt daarom een bouw aan waarin geen gangen zijn. Zij menen dus dat de gangen oorzaak zijn van het lopen. Echter, dat komt niet door de gangen, maar door een gebrek aan dynamische prikkels. 

Wat te doen? In hoekjes in de gangen mooie "beleef-plekjes" maken waarin bewegende en/of geluidsprikkels zijn. Voorbeelden hiervan zijn de moederhoek met baby-geluidjes, een natuurhoek met vogelgeluiden en een klein bioscoopje waarin geschikte films te zien zijn zoals Sissy, Lassie, natuurfilms of het Koningshuis. Hier gaat men dan zitten of iets doen en dat stopt het dolen. Thuis kan men ook een beleef-plek maken zoals bv een "ouderwets" hoekje met fauteuil, tafeltje, een ""nep" haardje en een TV waar de bovengenoemde films op DVD gezet zijn. Men moet hier tijdig mee beginnen vóórdat het dolen begint.  

Dus: zorg ervoor dat er wat te beleven valt!

dr. Anneke van der Plaats
 
Zij is sociaal geriater en co-auteur van:
De wondere wereld van dementie
Het demente brein. Omgaan met probleemgedrag.
Meer kwaliteit van leven. Integratieve persoonsgerichte dementiezorg.